Heeft u munten of penningen van Abdicatie Koningin Wilhelmina 4 sept. 1948 om te verkopen? U bent dan bij ons aan het juiste adres met meer dan 25 jaar ervaring bent u van harte welkom in één van onze kantoren door het gehele land.
Abdicatie Koningin Wilhelmina 4 sept. 1948

Abdicatie Juliana
Tijdens de bezetting had Wilhelmina natuurlijk geen moment aan aftreden
gedacht, maar eenmaal teruggekeerd sneed de inmiddels 65-jarige vorstin dat
onderwerp steeds vaker aan. Op 14 oktober 1947, een week na de doop van prinses
Marijke (de latere Christina), werd Juliana regentes. Dat bleef zij tot 1
december. Een langere periode zou niet wenselijk zijn geweest omdat ministers
rust aan het thuisfront belangrijk vonden nu Nederland verwikkeld was in de
politionele acties die een eind moesten maken aan het onafhankelijkheidsstreven
in Indonesië. Op woensdag 12 mei 1948, de dag voordat Juliana voor de tweede
periode van enkele maanden regentes werd, kondigde Wilhelmina voor de radio
haar aftreden aan. ‘De last van het klimmen der jaren en een achteruitgaan van
veerkracht, weerstand en arbeidsvermogen, die onontbeerlijk zijn voor het nemen
van verantwoordelijke beslissingen, hebben mij voor de nuchtere werkelijkheid
gesteld om in welbegrepen belang van het Rijk het regeringsbeleid toe te
vertrouwen aan prinses Juliana, die er naast haar inzicht ook haar leeftijd
voor heeft en over jonge, frisse krachten beschikt.” Met deze woorden lichtte
zij haar besluit toe om na haar vijftigjarige regeringsjubileum afstand te doen
van de troon. Op 4 september verzamelden Wilhelmina, Juliana, Bernhard, de
ministers, de burgemeester van Amsterdam en de voorzitters van beide kamers der
Staten-Generaal zich in de Mozes en Aaronzaal van het paleis op de Dam waar de
overdracht werd getekend. Met een handtekening van Wilhelmina was zij
koningin-af en haar dochter koningin geworden. Na Wilhelmina’s abdicatie stelde
zij, ten overstaan van duizenden belangstellenden, om twaalf uur haar dochter
voor als de nieuwe koningin op het balkon van het paleis op de Dam. Aan het
slot van haar toespraak stak zij haar gebalde vuist omhoog en riep: “Leve onze
nieuwe koningin”. Dit werd tot driemaal toe gevolgd door ‘hoera’, dat het
publiek beneden enthousiast gescandeerde. De emoties werden uiteindelijk zelfs
Bernhard teveel. Hij deed een paar stappen naar achteren en wreef achter een
van de balkondeuren de tranen uit zijn ogen.