Bekijk
onze  collecties

Munten | Penningen | Goud & Zilver



Willem IV van Oranje-Nassau

Heeft u munten of penningen van Willem IV van Oranje-Nassau 1711-1751 om te verkopen? U bent dan bij ons aan het juiste adres met meer dan 25 jaar ervaring bent u van harte welkom in één van onze kantoren door het gehele land.

Willem IV van Oranje-Nassau 1711-1751
Willem IV van Oranje-Nassau

Willem IV van Oranje-Nassau

Onder de voortdurende, wellicht wat overdreven, zorg  van zijn moeder Maria Louise groeide deze prins van Oranje op tot een beminnelijk en braaf man, maar ook tot een onzekere twijfelaar. Een goede opleiding kreeg  hij aan de de universiteiten van Franeker en Utrecht. Willems militaire  loopbaan werd echter geen succes. Hoewel hij lange tijd de enige mannelijke erfgenaam van het Huis van Oranje was, scheen een grootse toekomst voor hem niet te zijn weggelegd. De dood van zijn vader verzwakte zijn positie tegenover de Hollandse regenten. Wel werd hij in 1711 – op de dag van zijn geboorte –  stadhouder in Friesland, in 1718 in Groningen en in 1722 in Drenthe en
Gelderland. In de andere gewesten werd zijn functie in 1723 definitief
afgeschaft. De bezittingen van de prins breidden zich verder uit, toen in 1743
de laatste Duitse Nassau stierf. Het jaar 1747 is het grootste uit Willems
leven. In verband met de Oostenrijkse Successie oorlog (1740-1748) viel
Frankrijk op 17april de republiek binnen en het rampjaar 1672 dreigde zich te
herhalen. Het volk riep om een aanvoerder en in een handomdraai werd Wil1m
voorzien van alle functies die zijn grote voorganger Willem III in Nederland
bezeten had: het (erfelijk) stadhouderschap van alle gewesten en het commando
over leger en vloot. De oorlog ging nog tot april 1748 door. De goede afloop
was uiteindelijk aan anderen te danken. Willem bleef echter stadhouder.
Ofschoon de tijd er rijp voor was, heeft hij, afgezien van wat cosmetische
veranderingen, geen structurele reorganisatie van bestuursorganen of
administratieve methoden doorgezet. Voor het gewone volk, waaraan hij zijn
positie te danken had, heeft hij daarom bitter weinig kunnen uitrichten. Wat
hij deed, was al te veel voor zijn zwakke gezondheid. Een in de zomer van 1751
ondernomen kuur te Spa had geen effect meer. Reeds op veertigjarige leeftijd
kwam hij te overlijden.